De aanvullende vergoeding is een som die de bruggepensioneerde, krachtens de verbintenis die de werkgever heeft aangegaan, als aanvulling van de werkloosheidsuitkeringen ontvangt.


Wie betaalt?


- ofwel betaalt de werkgever alles
- ofwel betaalt de werkgever alles maar wordt deze geheel of gedeeltelijk terugbetaald door een sectoraal fonds
- ofwel betaalt het sectoraal fonds alles i.p.v. de werkgever
- ofwel betaalt het sectoraal fonds een gedeelte i.p.v. de werkgever. De werkgever betaalt de rest


Wie betaalt bij faling, sluiting of het in gebreke blijven van de werkgever?


Normaal gezien moet de tussenkomst van het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen worden gevraagd. Doch, wanneer het sectoraal fonds betaalt i.p.v. de werkgever, moet worden nagezien welke de regeling is bij faling, sluiting, … Het kan voorkomen dat het fonds zelf verder betaalt.


Hoe en (tot) wanneer wordt de aanvullende vergoeding betaald?


De aanvullende vergoeding wordt betaald tijdens de periodes waarin de bruggepensioneerde werkloosheidsuitkeringen ontvangt.

De aanvullende vergoeding wordt eveneens betaald wanneer de bruggepensioneerde een bijkomende activiteit uitoefent.

Daarentegen zal de werknemer in principe de aanvullende vergoeding niet kunnen genieten voor de dagen of periodes dat hij:
- gedurende een periode van werkloosheid ziek is en ten laste van de mutualiteit (betrokkene doet afstand van zijn uitkeringen in het kader van het brugpensioen)
- gedurende een periode van werkloosheid betaalde vakantie uitput
- zich in een andere situatie van niet vergoedbaarheid bevindt (bv. gevangenzetting)

De bruggepensioneerde die het werk in loondienst hervat bij een nieuwe werkgever of die zich vestigt als zelfstandige in hoofdberoep, blijft recht hebben op de aanvullende vergoeding vanwege de debiteur van deze vergoeding (ex-werkgever, Sociaal Fonds, FSO).

Hetzelfde geldt voor de werknemer die werd ontslagen in het kader van het brugpensioen en die - alvorens het brugpensioen aan te vragen - een activiteit in loondienst hervat gedurende de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding. Deze werknemer blijft recht hebben op de aanvullende vergoeding vanwege de debiteur van deze vergoeding (ex-werkgever, Sociaal Fonds, FSO) vanaf het ogenblik waarop hij recht zou hebben gehad op werkloosheidsuitkeringen “brugpensioen” indien hij het werk niet had hervat.
In de voormelde situaties cumuleert de werknemer zijn aanvullende vergoeding met zijn nieuw inkomen.

De debiteur moet de aanvullende vergoeding betalen tot de bruggepensioneerde met pensioen gaat (voor de pensioengerechtigde leeftijd.


Het bedrag

Het wettelijk minimumbedrag van de aanvullende vergoeding stemt overeen met de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering. Het netto referteloon is gelijk aan het brutoloon van de refertemaand (in principe de laatste maand van tewerkstelling) verminderd met de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage en de bedrijfsvoorheffing. Het bekomen resultaat wordt afgerond tot de hogere euro. Het brutoloon wordt begrensd tot 3616,53 euro (geïndexeerd bedrag geldig vanaf 1.5.2011).

Voor inlichtingen betreffende het bedrag wendt U zich tot de schuldenaar/debiteur van deze vergoeding. De RVA heeft inzake deze materie geen enkele appreciatiebevoegdheid.

Hoewel in principe is voorzien dat de aanvullende vergoeding één keer wordt vastgesteld en daarna enkel nog wordt geïndexeerd en geherwaardeerd, kan het voorkomen dat een cao of onderling akkoord bepaalt dat het bedrag in de loop van het brugpensioen kan wijzigen.