-
De arbeidsprestaties verricht in het kader van
:
een opleidingsprogramma georganiseerd door het
paritair leercomité; een middenstandsleerovereenkomst;
een overeenkomst voor socioprofessionele inschakeling,
erkend door de Gemeenschappen of Gewesten in
het kader van secundair onderwijs met beperkt leerplan;
de beroepsinlevingsovereenkomst; het stelsel van
het leerlingwezen in de sectoren van de diamantnijverheid/handel
en de zeevisserij (behoudens twee uitzonderingen).
- De arbeidsprestaties verricht
in een overheidsdienst of in een onderwijsinstelling
op voorwaarde dat de werknemer 20 jaar beroepsverleden
als loontrekkende kan rechtvaardigen waarvan 5 jaar
onmiddellijk voor de werkloosheidsaanvraag (behoudens drie uitzonderingen).
- de periodes van actieve dienst als dienstplichtige
en als gewetensbezwaarde (behoudens twee uitzonderingen).
Naast
de gelijkgestelde dagen in de werkloosheidsreglementering stelt
het brugpensioenbesluit ook
een aantal
periodes van inactiviteit gelijk
voor de berekening van de beroepsloopbaan
(o.a. dagen volledige werkloosheid, dagen loopbaanonderbreking/tijdskrediet
al dan niet met uitkeringen, niet gewerkte uren deeltijdse tewerkstelling, volledige inactiviteit tussen of tijdens tewerkstelling).
Deze gelijkstellingen zijn afhankelijk van het brugpensioenstelsel (vanaf welke leeftijd, welk beroepsverleden?). Deze materie is uitermate ingewikkeld!
Hoe de beroepsloopbaan
bewijzen?
De beroepsloopbaan kan met alle rechtsmiddelen
bewezen worden. De bewijslast ligt bij de bruggepensioneerde
zelf. De werknemer moet bij de aanvraag voor brugpensioen
steeds het individuele uittreksel van de pensioenrekening
(een globaal loopbaanuittreksel) voegen. Dit kan
aangevraagd worden bij
de RVP.
Hoe wordt het beroepsverleden
berekend?
Bij ononderbroken voltijdse tewerkstelling telt de RVA gemiddeld 78
arbeidsdagen per trimester.
In de andere gevallen is het aantal in aanmerking genomen arbeidsdagen gelijk aan het
aantal arbeidsdagen verricht tijdens de tewerkstelling, maal 6, en gedeeld
door het gemiddeld wekelijks aantal arbeidsdagen.
Voor de onvolledige maanden of
de periodes deeltijdse tewerkstelling, gebeurt
de berekening als volgt: gewerkte uren X 6 : aantal
uren voltijds (= aantal dagen).
Hou er ook rekening
mee dat de RVA steeds afrondt naar boven. Bijv.
indien er 30 jaar beroepsverleden vereist is, is
het voldoende 9204 dagen te bewijzen (29,5 X 312
= 9204 dagen).
Een goede raad: laat bij twijfel
je beroepsverleden vooraf uitrekenen door de dienst
brugpensioen van je lokale werkloosheidsbureau!! Neem hiervoor contact op met je uitbetalingsinstelling. De aanvragen voor een berekening moeten immers via de uitbetalingsinstelling aan de RVA worden overgemaakt. Juiste werkwijze ...