De bruggepensioneerde mag voor eigen rekening en zonder winstoogmerk (zonder de bedoeling te hebben van winst te maken) elke activiteit verrichten die verband houdt met zijn eigen goederen, zelfs indien zij het normale beheer overstijgt.
Hiermee worden onderhouds-, verbouwings-, herstellings- of inrichtingswerken bedoeld, die de waarde van de goederen vermeerderen en zelfs indien deze werkzaamheden geïntegreerd kunnen worden in het economisch ruilverkeer van goederen en diensten.
De bruggepensioneerde moet
geen aangifte doen van deze activiteiten, noch bij de uitbetalingsinstelling, noch bij de RVA.
Het betreft hier de bruggepensioneerden die op brugpensioen gegaan zijn in één van de volgende stelsels: op 60 jaar, op 58 jaar, op 56 jaar met 40 jaar beroepsverleden, op 56 jaar met 33 jaar beroepsverleden, op 55, 56 en 57 jaar met 38 jaar beroepsverleden, alsook de bruggepensioneerden in het kader van erkenning van de onderneming als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering (zelfs al is men geen 58 jaar of heeft men geen 38 jaar beroepsverleden op het einde van de (niet verlengde) opzegperiode of periode gedekt door verbrekingsvergoeding).
Welke activiteiten?
Het moet gaan om activiteiten met betrekking tot de goederen die de bruggepensioneerde bezit.
Dit kunnen roerende goederen (auto, dieren, ...) of onroerende goederen (huis, appartement, stuk land) zijn.
Deze goederen mogen uiteraard onderhouden worden (herstellen raam,
voederen en verzorgen dieren, ...).
Daarnaast mag men verbouwingswerken verrichten die de waarde van de goederen uiteraard verhogen (bouw garage of tuinhuisje, plaatsen van nieuwe vensters, ...).