Wat?

Het halftijds brugpensioen is een regeling waarbij aan oudere werknemers de mogelijkheid geboden wordt met de werkgever een akkoord te ondertekenen om hun arbeidsprestaties tot een halftijdse dienstbetrekking te herleiden. De werknemer krijgt naast de werkloosheidsuitkeringen als halftijds bruggepensioneerde nog een aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever of van een fonds.

Het halftijds brugpensioen is geen vervroegd pensioen, maar deeltijds werk gecombineerd met werkloosheidsuitkeringen en een aanvullende vergoeding.


De werkgever moet niet eerst de werknemer ontslaan vooraleer een overeenkomst kan uitgewerkt worden, doch deze overeenkomst moet vóór de vermindering van prestaties afgesloten worden.


Wie/voorwaarden?


Om van halftijds brugpensioen te kunnen genieten moet de werknemer tegelijkertijd voldoen aan 2 voorwaarden:
- recht hebben op een aanvullende vergoeding op grond van een geldige cao
- recht hebben op een werkloosheidsuitkering als halftijds bruggepensioneerde


Recht hebben op een aanvullende vergoeding


> de werknemer moet reeds gedurende minimum 12 maanden voltijds tewerkgesteld zijn in dezelfde onderneming

> de werknemer moet met de werkgever een akkoord hebben ondertekend om zijn werkprestaties tot een halftijdse dienstbetrekking te herleiden

> er moet een cao bestaan op sectoriëel of ondernemingsvlak die aan de oudere werknemers die hun prestaties verminderen een recht toekent op een aanvullende vergoeding.
Op nationaal niveau bepaalt cao nr. 55 van 13 juli 1993 (Nationale Arbeidsraad) de voorwaarden en modaliteiten die moeten vervuld zijn om deze aanvullende vergoeding te bekomen. De cao nr. 55 is niet rechtstreeks van toepassing en moet dus worden uitgevoerd door een sectorale of ondernemings-cao.

> de minimumleeftijd die in de cao kan worden voorzien, is bepaald op 55 jaar voor de periode 2011-2012.
Voor het overige wordt de minimumleeftijd bepaald op:
- 59 jaar indien het gaat om een cao op ondernemingsvlak en indien er noch een sectorale cao, noch een cao op ondernemingsvlak is met betrekking tot het voltijds brugpensioen
- 58 jaar indien het gaat om een sectorale cao en indien er geen sectorale cao is met betrekking tot het voltijds brugpensioen
- 57 jaar indien het gaat om een cao op ondernemingsvlak en indien de leeftijd van toepassing op het voltijds brugpensioen is vastgelegd op 58 jaar
- 56 jaar indien het gaat om een sectorale cao en indien de leeftijd van toepassing op het voltijds brugpensioen is vastgelegd op 58 jaar.
Voor de periode tot en met 31.12.2012 is halftijds brugpensioen mogelijk vanaf de leeftijd 58 jaar, zonder dat hiervoor het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst vereist is. Een akkoord tussen werkgever en werknemer volstaat dus.

> de werknemer moet de leeftijdsvoorwaarde vervullen op het ogenblik van de aanvang van de vermindering van de arbeidsprestaties.
Recht hebben op werkloosheidsuitkeringen als halftijds bruggepensioneerde

Er moet aan de volgende voorwaarden voldaan worden:

> de werknemer moet recht hebben op werkloosheidsuitkeringen, d.i. de toelaatbaarheidsvoorwaarden van de voltijdse werknemer vervullen (in de regel 624 arbeidsdagen op 3 jaar)

> de werknemer moet een voltijdse werknemer zijn

> de werknemer moet een beroepsverleden bewijzen van 25 jaar. Het beroepsverleden moet bereikt zijn op het ogenblik waarop de vermindering van de arbeidsprestaties een aanvang neemt

> de collectieve arbeidsovereenkomst die de aanvullende vergoeding voorziet, moet gesloten zijn voor een geldigheidsduur die de geldigheidsduur van de cao met betrekking tot het voltijds brugpensioen niet overschrijdt alsook 3 jaar niet overschrijdt indien er geen sectorale of bedrijfs-cao is met betrekking tot het voltijds brugpensioen.


Het inkomen bestaat uit:

- het loon uit de halftijdse tewerkstelling
- de toegekende werkloosheidsuitkering in het kader van het halftijds brugpensioen (momenteel 14,90 euro per dag x 26 = 387,40 euro gemiddeld per maand)
- de aanvullende vergoeding betaald door de werkgever of door een in de plaats tredend fonds.


Inhoudingen

Vanaf 1.4.2010 worden elk kwartaal de persoonlijke inhoudingen door de schuldenaar van de aanvullende vergoeding (de werkgever, de onderneming die de betaling ten laste neemt, het sociaal fonds of het fonds van sluiting van ondernemingen) aangegeven en betaald aan de RSZ via de Dmfa.

De twee vroegere persoonlijke inhoudingen (voor de RVP en de RVA) worden samengevoegd tot één inhouding ten laste van de bruggepensioneerde. De inhouding bedraagt 4,5%, berekend op het bedrag van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding.

Belangrijk is dat deze inhouding niet tot gevolg mag hebben dat het totale bedrag van het brugpensioen zakt onder een bepaald bedrag. Dit bedrag verschilt naargelang men werknemer met gezinslast, alleenwonende of samenwonende is. Meer uitleg over deze bedragen is terug te vinden op de portaalsite van de Sociale Zekerheid (http://www.socialezekerheid.be).