De bruggepensioneerde moet, om werkloosheidsuitkeringen te kunnen genieten, zijn hoofdverblijfplaats hebben in België en er verblijven.

De directeur moet de cumulatie met het uitoefenen van vrijwilligerswerk weigeren, wanneer de werkloze (of de bruggepensioneerde) de verplichting om in België te verblijven niet meer naleeft.

Indien hij geen vrijstelling van verblijf geniet, mag de bruggepensioneerde vrijwilligerswerk verrichten in het buitenland, door het uitputten van zijn vakantiedagen (gedekt door vakantiegeld of werkloosheid).

Bruggepensioneerden van ≥ 60 jaar mogen tijdelijk in het buitenland verblijven. Zij moeten echter hun hoofdverblijfplaats in België behouden. Tijdens dit verblijf mogen zij de vrijwillige activiteiten verrichten onder dezelfde voorwaarden als in België.


De bruggepensioneerde kan een vrijstelling bekomen om deel te nemen aan een humanitaire actie uitgevoerd door een organisatie erkend door een Belgische, buitenlandse of internationale overheid.

De hulp is humanitair wanneer zij rechtstreeks te maken heeft met de basisbehoeften van de mens (voeding, water, gezondheid,…).

De vrijstelling behelst een vrijstelling van verblijf. De aanvraag tot vrijstelling wordt ingediend met het formulier C97C.
Maximumduur van de vrijstelling: 3 maanden per kalenderjaar (geen max. duur voor bruggepensioneerden van > 60 jaar).
De bruggepensioneerde kan van de directeur van het werkloosheidsbureau de toelating krijgen om, anders dan als toeschouwer, op onbezoldigde wijze deel te nemen aan een culturele manifestatie in het buitenland, ingericht door een instantie erkend door een Belgische, buitenlandse of internationale overheid.

Hij moet voordien zijn vakantiedagen van de werkloosheid hebben uitgeput.

De aanvraag om toelating (formulier C66A) moet vooraf op het werkloosheidsbureau aankomen, samen met een attest van de organiserende instantie.

Maximumduur van de vrijstelling: 4 weken per kalenderjaar (geen max. duur voor bruggepensioneerden van > 60 jaar).

De bruggepensioneerde kan van de directeur van het werkloosheidsbureau de toelating krijgen om op onbezoldigde wijze deel te nemen aan een sportmanifestatie of een oefenkamp in het buitenland, voor zover hij geen beroepssportbeoefenaar is.

Hij moet voordien zijn vakantiedagen van de werkloosheid hebben uitgeput.

De aanvraag om toelating (formulier C66A) moet vooraf op het werkloosheidsbureau aankomen, samen met een attest van het comité dat, voor de betrokken sportdiscipline, erkend is door een overheid.

Maximumduur van de vrijstelling: 4 weken per kalenderjaar (geen max. duur voor bruggepensioneerden van > 60 jaar).

Bruggepensioneerden kunnen een vrijstelling bekomen om naar een ontwikkelingsland (als zodanig erkend door de OESO) te vertrekken om hun beroepservaring onbezoldigd ten dienste te stellen van dat land.


Voorwaarden
- minimum 20 jaar beroepsverleden als loontrekkende bewijzen
- ten minste 1 jaar uitkeringen als bruggepensioneerde hebben genoten in de loop van de 18 maanden vóór de aanvraag
- in de vijf jaar vóór de aanvraag om vrijstelling niet tewerkgesteld geweest zijn als coöperant van een NGO
- de activiteit moet verricht worden in het kader van hetzij een door de Minister van Arbeid en Werk aanvaarde overeenkomst of van een project inzake ontwikkelingssamenwerking, voorgesteld door een erkende NGO voor ontwikkelingssamenwerking en goedgekeurd door de verantwoordelijke Minister.

De aanvraag om vrijstelling wordt ingediend met het formulier C97C.
Duur van de vrijstelling: aangevraagde duur met een maximum van 12 maanden, verlengbaar tot 5 jaar