Het totale bedrag van het brugpensioen, d.i. de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding, is onderworpen aan een inhouding van sociale zekerheid.

Hoeveel?

Vóór 1.4.2010 hield de schuldenaar van de aanvullende vergoeding 3,5% in, berekend op het totale brugpensioenbedrag. Deze stortte de inhouding door naar de Rijksdienst voor Pensioenen.

De uitbetalingsinstelling die de werkloosheidsuitkeringen betaalt, hield 3% in, eveneens berekend op het totale brugpensioenbedrag. Deze inhouding was voor de RVA.

Eerst werd de 3,5 % ingehouden en daarna pas de 3%. De 3% werd op het volledige bedrag berekend en niet op het bedrag min 3,5%.

Vanaf 1.4.2010 worden elk kwartaal de persoonlijke inhoudingen door de schuldenaar van de aanvullende vergoeding (de werkgever, de onderneming die de betaling ten laste neemt, het sociaal fonds of het fonds van sluiting van ondernemingen) aangegeven en betaald aan de RSZ via de Dmfa.

De twee persoonlijke inhoudingen (voor de RVP en de RVA) worden samengevoegd tot één inhouding ten laste van de bruggepensioneerde.

De inhouding bedraagt 6,5%, berekend op het bedrag van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding. Voor de oude brugpensioenen met een RVA-inhouding van 1% en voor halftijds brugpensioen komt de inhouding op 4,5%.
Deze nieuwe regeling is een onderdeel van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen. Het beoogt ondermeer een vereenvoudiging van de administratieve verplichtingen van de werkgevers.

Als de aanvullende vergoeding door meer dan één schuldenaar betaald wordt (bv. door de werkgever en een sociaal fonds) dan is de hoofdschuldenaar (deze die de hoogste aanvullende vergoeding betaalt) verantwoordelijk voor de aangifte en de betaling van de inhoudingen.

Indien de bruggepensioneerde tewerkgesteld was bij verschillende werkgevers, moeten deze werkgevers elk afzonderlijk overgaan tot de aangifte en de betaling van de inhoudingen.

Belangrijk is dat deze inhouding niet tot gevolg mag hebben dat het totale bedrag van het brugpensioen zakt onder een bepaald bedrag. Dit bedrag verschilt naargelang men werknemer met gezinslast, alleenwonende of samenwonende is. Meer uitleg over deze bedragen is terug te vinden op de portaalsite van de Sociale Zekerheid (http://www.socialezekerheid.be).
Wijziging

De debiteur van de aanvullende vergoeding moet voldoende gegevens hebben om de inhoudingen correct te laten verlopen. De RVA en vooral de uitbetalingsinstellingen bezorgen de debiteur alle noodzakelijke gegevens zoals het dagbedrag van het brugpensioen, het aantal halve uitkeringen indien het een brugpensioen met halve uitkeringen betreft, een wijziging van de werkloosheid na een werkhervatting, een wijziging van de gezinssituatie, een vermindering van het dagbedrag ingevolge de uitoefening van een nevenactiviteit, …

Hierbij draagt de bruggepensioneerde een grote verantwoordelijkheid. Elke wijziging moet immers worden gemeld.

Als bijvoorbeeld de bruggepensioneerde de uitbetalingsinstelling niet op de hoogte heeft gebracht van een werkhervatting, zijn er door de debiteur van de aanvullende vergoeding mogelijk te veel bijdragen en inhoudingen betaald aan de RSZ. Tijdens bepaalde periodes van werkhervatting is er een vrijstelling van bijdragen en inhoudingen op de aanvullende vergoeding. Verzuimt de bruggepensioneerde aan deze meldingsplicht, dan kan de debiteur deze inhoudingen bij hem/haar recupereren.