De bruggepensioneerde kan onder bepaalde voorwaarden de uitoefening van een nevenactiviteit cumuleren met werkloosheidsuitkeringen. Het kan gaan om een activiteit als loontrekkende of als zelfstandige.
Het moet een bijkomende activiteit (nevenactiviteit) zijn
Om regelmatig een nevenactiviteit uit te oefenen tijdens het brugpensioen, moet men gelijktijdig
voldoen aan de volgende voorwaarden:
-
Opgelet! Niet meer van toepassing voor brugpensioenen vanaf 28.8.2008!!: indien jonger dan 58 jaar, moet men deze nevenactiviteit
al minstens 3 maanden hebben uitgeoefend tijdens de periode van arbeid in loondienst die de aanvraag om
brugpensioen onmiddellijk voorafging. Dat betekent dat men in principe dergelijke
activiteit niet mag aanvatten tijdens het brugpensioen.
Een bruggepensioneerde van 58 jaar of ouder is ambtshalve vrijgesteld van deze
voorwaarde. De andere krijgt deze vrijstelling na één jaar
brugpensioen.
- De bruggepensioneerde moet zich persoonlijk naar de uitbetalingsinstelling begeven om er
de activiteit aan te geven door middel van een formulier C1 en C1A. De aangifte moet voorafgaandelijk gebeuren, d.w.z. op het ogenblik van de aanvang van het brugpensioen of van de activiteit.
- De bruggepensioneerde moet de activiteit
verrichten vóór 7 en na 18 uur tijdens de week (van maandag tot vrijdag). In dit geval moet deze activiteit niet vermeld worden op de controlekaart of op het formulier C99.
Indien de activiteit toch uitgeoefend wordt tussen 7 uur en 18 uur, moet ze
aangegeven worden (vooraleer het werk aan te vatten). Voor die dag is er verlies van de uitkering.
Indien de activiteit op zaterdag of zondag uitgeoefend wordt (ongeacht het uur), moet deze activiteit steeds specifiek aangegeven worden (vooraleer aan te vatten) en is er verlies van een uitkering voor elke zaterdag waarop gewerkt wordt en een uitkering (tijdens de daaropvolgende week) ter compensatie van de activiteit op zondag.
Hoe aangifte doen van het werk verricht tussen 7 en 18 uur of op zaterdag of zondag?
Indien men ervoor kiest een controlekaart te bezitten, moet men het overeenstemmende vakje van
de controlekaart zwart maken vooraleer het niet cumuleerbare werk wordt aangevat.
Indien men ervoor kiest geen controlekaart te bezitten, moet men elke niet cumuleerbare activiteit aangeven bij de uitbetalingsinstelling vooraleer men ze aanvat, via
een aangifteformulier C99 waarvan het model beschikbaar is bij de uitbetalingsinstelling. Het ontvangstbewijs van het door de uitbetalingsinstelling ingevulde formulier C99 moet tot het einde van de volgende maand bewaard worden. In afwachting dat men het ingevulde ontvangstbewijs ontvangt, bewaart men een kopie van het aangifteformulier C99 dat de uitbetalingsinstelling heeft bezorgd.