OUTPLACEMENT

De bruggepensioneerden die vallen onder het KB van 03.05.2007 tot regeling van het conventioneel brugpensioen (nieuw systeem)

  • Individueel outplacement

Voor alle bruggepensioneerden die vertrekken in het kader van een stelsel op 60 jaar, een stelsel op 58 jaar, een stelsel op 56 jaar + 33 jaar beroepsverleden, een stelsel op 55, 56 en 57 jaar + 38 jaar beroepsverleden, een stelsel op 56 jaar + 40 jaar beroepsverleden of bruggepensioneerden van erkende ondernemingen die 58 jaar oud zijn of 38 jaar beroepsverleden hebben op het einde van de (niet verlengde) opzeggingstermijn of op het einde van de periode gedekt door een verbrekingsvergoeding, alsook zij die minder dan halftijds tewerkgesteld zijn, alsook de gehandicapte werknemers die tewerkgesteld zijn bij een werkgever die ressorteert onder partair comité 327 (beschutte en sociale werkplaatsten) gelden de volgende principes:

- de werkgever moet hen niet spontaan een outplacementbegeleiding aanbieden

- de werkgever moet hen pas een outplacementbegeleiding aanbieden wanneer zij hem er uitdrukkelijk om verzoeken

- zij moeten de werkgever niet in gebreke stellen als hij hen niet spontaan een outplacementbegeleiding aanbiedt

- zij mogen een aangeboden outplacementbegeleiding weigeren, tenzij ze ervoor hebben gekozen zich in te schrijven in een tewerkstellingscel of de werkgever uitdrukkelijk om een outplacementbegeleiding hebben verzocht (zij kunnen in de beide voormelde gevallen dus wél uitgesloten worden als zij weigeren in te gaan op en mee te werken aan de outplacementbegeleiding, tenzij zij uiterlijk op het moment van de weigering terecht de arbeidsongeschiktheid van meer dan 66 % hebben ingeroepen).

Voor alle andere bruggepensioneerden gelden de volgende principes:

- de werkgever is verplicht hen spontaan een outplacementbegeleiding aan te bieden

- als de werkgever hen niet spontaan een outplacementbegeleiding heeft aangeboden, moeten zij de werkgever schriftelijk in gebreke stellen binnen een termijn van:
° 1 maand na het verstrijken van een termijn van 15 dagen nadat de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen
° 9 maanden na het verstrijken van een termijn van 15 dagen nadat de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen, in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst met verbrekingsvergoeding.

Zij kunnen uitgesloten worden als zij de werkgever niet in gebreke stellen, tenzij zij:
° een vrijstelling artikel 89, § 2 genieten (58 jaar op het moment van de uitkeringsaanvraag)
° onmiddellijk na het einde van de arbeidsovereenkomst het werk hervat hebben  als loontrekkende bij een nieuwe werkgever of als zelfstandige voor rekening van een opdrachtgever gedurende een ononderbroken periode van minstens 2 maanden
° effectief een outplacement hebben gevolgd
° ingeschreven zijn in een tewerkstellingscel

- zij moeten een aangeboden outplacementbegeleiding aannemen, tenzij zij:
° een vrijstelling artikel 89, § 2 genieten (58 jaar op het moment van de uitkeringsaanvraag)
° een arbeidsongeschiktheid van meer dan 66 % inroepen, uiterlijk op het moment van de weigering.

  • Outplacement in het kader van de tewerkstellingscel (artikel 17, § 4 KB 3.05.2007)

Om het brugpensioen te krijgen in het kader van een herstructurering moeten de kandidaat-bruggepensioneerden zich inschrijven in een tewerkstellingscel. De inschrijving in de tewerkstellingscel is een vereiste om het statuut van bruggepensioneerde te kunnen bekomen en een mogelijke sanctie te voorkomen.

Zij moeten ingaan op en meewerken aan de outplacementbegeleiding. Ze moeten elke passende dienstbetrekking en opleiding aanvaarden. Zij kunnen uitgesloten worden van het genot van werkloosheidsuitkeringen indien zij  niet meewerken, tenzij zij tijdig en terecht de arbeidsongeschiktheid van meer dan 66 % hebben ingeroepen.

Opgelet: de werknemers die 58 jaar zijn of 38 jaar beroepsverleden hebben op het einde van de (niet verlengde) opzeggingstermijn of de periode van verbrekingsvergoeding, moeten zich niet in de tewerkstellingscel inschrijven. Ook alle bruggepensioneerden die vertrekken in het kader van een stelsel op 60 jaar, een stelsel op 58 jaar, een stelsel op 56 jaar + 33 jaar beroepsverleden, een stelsel op 55, 56 en 57 jaar + 38 jaar beroepsverleden, een stelsel op 56 jaar + 40 jaar beroepsverleden kunnen het brugpensioen krijgen zonder zich in een tewerkstellingscel in te schrijven.

De bruggepensioneerden die vallen onder het KB van 07.12.1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen (oud systeem) (zie overzichtstabel)

  • Individueel outplacement

Voor alle bruggepensioneerden die vertrekken in het kader van een stelsel op 60 jaar, een stelsel op 58 jaar, een stelsel op 56 jaar + 33 jaar beroepsverleden, een stelsel op 55, 56 en 57 jaar + 38 jaar beroepsverleden of bruggepensioneerd worden in een onderneming erkend als zijnde in moeilijkheden/herstructurering zonder tewerkstellingscel of vallen onder het paritair comité 328, gelden de volgende principes:

- de werkgever is niet verplicht spontaan een outplacementbegeleiding aan te bieden

- zij moeten de werkgever niet in gebreke stellen als hij hen niet spontaan een outplacementbegeleiding aanbiedt

- zij mogen een aangeboden outplacementbegeleiding weigeren, tenzij ze ervoor hebben gekozen zich in te schrijven in een tewerkstellingscel of de werkgever uitdrukkelijk om een outplacementbegeleiding hebben verzocht (zij kunnen in de beide voormelde gevallen dus wél uitgesloten worden als zij weigeren in te gaan op en mee te werken aan de outplacementbegeleiding, tenzij zij uiterlijk op het moment van de weigering terecht de arbeidsongeschiktheid van meer dan 66 % hebben ingeroepen).

  • Outplacement in het kader van de verplichte tewerkstellingscel (afdeling 3bis KB 7.12.1992)

- De werknemers die met brugpensioen gaan in het kader van afdeling 3bis moeten zich inschrijven in de tewerkstellingscel en er gedurende minstens 6 maanden ingeschreven blijven. Dit is een absolute voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op het statuut van bruggepensioneerde afdeling 3bis. Opgelet: de bruggepensioneerden zijn van deze verplichting vrijgesteld indien ze op het einde van de (niet verlengde) opzeggingstermijn of op het einde van de door de verbrekingsvergoeding gedekte periode ofwel minstens de leefttijd van 58 jaar hebben bereikt ofwel een beroepsverleden als loontrekkende van 38 jaar kunnen aantonen.

- In die verplichte tewerkstellingscel hebben zij recht op een outplacementbegeleiding. Zij moeten op dit aanbod ingaan en eraan meewerken. Zij kunnen uitgesloten worden van het genot van werkloosheidsuitkeringen indien zij niet meewerken, tenzij zij tijdig en terecht de arbeidsongeschiktheid van meer dan 66 % hebben ingeroepen.

TERUG NAAR DE VORIGE PAGINA