Pseudo-brugpensioen wordt ook wel Canada Dry genoemd.

Het betreft de regelingen waarbij een werknemer wordt ontslagen zonder dat hij/zij voldoet aan de voorwaarden om van het brugpensioen te genieten, maar waarbij een gelijkaardig voordeel als bij brugpensioen wordt toegekend. Veelal bestaat het voordeel uit een aanvullende vergoeding bovenop de werkloosheidsuitkering.
Deze regelingen kunnen voortvloeien uit een cao afgesloten op sectoraal of op ondernemingsvlak of uit een individueel akkoord.


Deze regelingen vormen vaak een alternatief voor een eindeloopbaanmaatregel zoals bijvoorbeeld brugpensioen zonder de nadelen van een dergelijke maatregel te ondergaan (bv. bijdragen, vervangingsverplichting).

Financieel is een dergelijke regeling vaak gunstiger voor werknemer en werkgever dan een meer gereglementeerde maatregel zoals brugpensioen.

Een regeling pseudo-brugpensioen maakt het voor een werknemer weinig interessant om het werk nog te hervatten.

In het kader van het generatiepact heeft de regering de bedoeling meer werknemers opnieuw aan de slag te krijgen of langer aan de slag te houden.
Verkapte eindeloopbaanmaatregelen zoals pseudo-brugpensioen staan dit uiteraard in de weg.

Daarom werd beslist de pseudo-brugpensioenen financieel te ontmoedigen. Dit gebeurt door op bepaalde sociale uitkeringen en aanvullende vergoedingen bijdragen te heffen (ten laste van de werkgever en ten voordele van de RSZ) en inhoudingen te verrichten (ten laste van de werknemer en ten voordele van de RSZ).

Over welke aanvullende vergoedingen gaat het?

- aanvullende vergoedingen die de werkgever rechtstreeks (zelf) of onrechtstreeks (via een sectoraal fonds of een derde) betaalt bij de uitkeringen als volledig werkloze

- aanvullende vergoedingen die de werkgever doorbetaalt tijdens een periode van vergoede ziekte die volgt op een periode van vergoede volledige werkloosheid

- aanvullende vergoedingen die de werkgever doorbetaalt tijdens een periode van werkhervatting die volgt op een periode van vergoede volledige werkloosheid.

Aanvullende vergoedingen bij werkloosheidsuitkeringen als tijdelijk werkloze (bij schorsing van een arbeidsovereenkomst) of als deeltijdse werknemer of bij activeringsuitkeringen worden hier niet geviseerd.
Evenmin is er sprake van aanvullingen toegekend in het kader van het “gewone” brugpensioen. Op die aanvullingen zijn inhoudingen en bijdragen verschuldigd, maar op basis van een ander regime.
Over welke inhoudingen en bijdragen gaat het?

Inhoudingen:

Elk kwartaal worden de persoonlijke inhoudingen door de schuldenaar van de aanvullende vergoeding (de werkgever, de onderneming die de betaling ten laste neemt, het sociaal fonds of het fonds van sluiting van ondernemingen) aangegeven en betaald aan de RSZ via de Dmfa.
De twee vroegere persoonlijke inhoudingen (voor de RVP en de RVA) worden samengevoegd tot één inhouding ten laste van de bruggepensioneerde.
De inhouding bedraagt 6,5%, berekend op het bedrag van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding.

Bijdragen:

Voor de lopende Canada-Dry’s: d.i. voor de werklozen die hun opzegging/verbreking werden betekend tot 15.1.2009 en/of hun pseudo-brugpensioen is aangevangen vóór 1.4.2010, alsook voor deze die ontslagen werden bij ondernemingen in herstructurering met collectief ontslag aangekondigd vóór 15.10.2009 of erkend in herstructurering/moeilijkheden vóór 15.10.2009.

De bijzondere werkgeversbijdrage bedraagt 32,25% van het brutomaandbedrag van de aanvullende vergoeding. Dit geldt enkel voor de maanden gelegen in de periode die aanvangt tijdens de maand waarin de begunstigde 50 jaar wordt en eindigt op het einde van de maand waarin hij/zij 65 jaar wordt.

Voor de nieuwe Canada-Dry’s: d.i. voor de werklozen die hun opzegging/verbreking werden betekend na 15.1.2009 EN hun pseudo-brugpensioen is aangevangen na 31.3.2010, alsook voor deze die ontslagen werden bij ondernemingen in herstructurering met collectief ontslag aangekondigd na 14.10.2009 of erkend in herstructurering/moeilijkheden na 14.10.2009.

In de profitsector bedraagt de bijzondere werkgeversbijdrage voor de werkloze van minder dan 52 jaar bij aanvang van het pseudo-brugpensioen 50% van het brutomaandbedrag van de aanvullende vergoeding, vanaf 52 t/m 54 jaar: 40 %; vanaf 55 t/m 57 jaar: 30%; vanaf 58 jaar t/m 59 jaar: 20% en vanaf 60 jaar en ouder 10%.

In de non-profitsector (sociale maribel) bedraagt de bijzondere werkgeversbijdrage voor de werkloze van minder dan 52 jaar in de maand waarin de bijdrage verschuldigd is 5% van het brutomaandbedrag van de aanvullende vergoeding, vanaf 52 t/m 54 jaar: 4 %; vanaf 55 t/m 57 jaar: 3%; vanaf 58 jaar t/m 59 jaar: 2% en vanaf 60 jaar en ouder 0%.

Dit geldt enkel voor de maanden gelegen in de periode die aanvangt tijdens de maand waarin de begunstigde 50 jaar wordt en eindigt op het einde van de maand waarin hij/zij 65 jaar wordt.

In bepaalde gevallen zal de uitbetalingsinstelling geen bijzondere werkgeversbijdrage EN inhoudingen verrichten op de werkloosheidsuitkeringen, nl. Indien:
- men de aanvullende vergoeding voor het eerst genoot vooraleer 45 jaar te zijn geworden
- men de aanvullende vergoeding voor het eerst vóór 1 januari 2006 ontving
- men in geval van ontslag een aanvullende vergoeding toekent aan de werknemers die vóór 1.10.2005 werden ontslagen
- de werkgever valt niet onder de cao-wet (bv. de federale overheid, de gewesten en gemeenschappen, de provincies en gemeenten, de instellingen van openbaar nut, ...)
- de werkgever valt onder een paritair comité voor het stads- en streekvervoer of onder één van de subcomités
- de werkgever afhangt van het.paritaire comités voor het gesubsidieerd vrij onderwijs of van het paritair comité voor de bedienden van het gesubsidieerd vrij onderwijs
- de aanvullende vergoeding werd toegekend in het kader van de eindeloopbaanmaatregelen, voorzien door akkoorden in ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van artikel 1 KB 18.7.2002 over maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling in de non-profit. De maatregelen moeten erkend zijn door de minister van werk
- de aanvullende vergoeding ontvangt die betaald zijn in het kader van begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met nachtprestaties of een daaraan gelijkwaardige vergoeding zoals bepaald in artikel 9§4 cao nr. 46
- de aanvullende vergoeding toegekend is op basis van een cao van de Nationale Arbeidsraad of een sectorale cao voorzover de cao van onbepaalde duur is én reeds van kracht was op 30/09/2005
- de aanvullende vergoeding is toegekend op basis van een cao van de Nationale Arbeidsraad of sectorale cao voor zover de cao van bepaalde duur is én reeds van kracht was op 30/09/2005. Als bijkomende voorwaarde geldt dat vanaf de eerste ononderbroken verlenging na die datum noch het bedrag ervan werd verhoogd, noch de werknemersdoelgroep werd uitgebreid (met uitzondering van herwaardering volgens cao nr.17 en indexering). De cao’s mogen een beding van stilzwijgende verlenging bevatten. Een aanpassing aan de index (volgens de modaliteiten van de wet van 2 augustus 1971) en een vermenigvuldiging met een herwaarderingscoëfficiënt die de Nationale Arbeidsraad jaarlijks vaststelt wordt niet als een verhoging beschouwd.

Opmerking: het feit dat er geen sociale inhoudingen worden verricht, betekent niet dat er geen fiscale inhoudingen (bedrijfsvoorheffing) zouden kunnen worden verricht.