... dat de werkgever verplicht is om de bruggepensioneerde te vervangen door een geldige vervanger en dit gedurende minstens 3 jaar.

Deze vervangingsplicht geldt niet:
- indien de werknemer op het einde van de arbeidsovereenkomst de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt
- wanneer de onderneming wordt erkend als zijnde in moeilijkheden of in herstructurering
- indien de werkgever vrijgesteld wordt van de vervangingsplicht:

door de minister van Werk:
---voor de toekomstige bruggepensioneerden in geval van structurele vermindering van het personeelsbestand
---er bestaat ook een vrijstelling van vervanging voor de lopende brugpensioenen of in geval van sluiting van de onderneming

door de directeur van het werkloosheidsbureau van de RVA:
wanneer de werkgever bewijst dat er op de arbeidsmarkt geen vervangers zijn die beantwoorden aan de criteria
vereist door de reglementering.

De bruggepensioneerde moet worden vervangen door één (of twee) uitkeringsgerechtigde volledige werkloze(n).
Er zijn echter heel wat gelijkstellingen met een uitkeringsgerechtigde volledige werkloze.

... dat de werkgever naast de maandelijkse aanvullende vergoeding aan een werknemer in brugpensioen maandelijks aan de RSZ nog bijzondere bijdragen moet betalen:

De twee vroegere werkgeversbijdragen (RVP en RVA) werden samengevoegd tot één enkele bijdrage, de bijzondere werkgeversbijdrage, die per kwartaal aangegeven en betaald moet worden door de werkgever, de onderneming die de betaling van de aanvullende vergoeding ten laste genomen heeft of het sociaal fonds.
Het gaat niet meer om forfaitaire en ondeelbare bijdragen, maar om een percentage toegepast op de het bruto maandbedrag van de aanvullende vergoeding. Deze percentages zijn voornamelijk afhankelijk van de leeftijd van de bruggepensioneerde, de datum waarop het brugpensioen ingaat en de datum waarop de opzeg betekend werd. Er werden ook bepaalde minimumbijdragen voorzien.

Voor de lopende brugpensioenen: d.i. voor de werklozen die hun opzegging/verbreking werden betekend tot 15.1.2009 en/of hun pseudo-brugpensioen is aangevangen vóór 1.4.2010, alsook voor deze die ontslagen werden bij ondernemingen in herstructurering met collectief ontslag aangekondigd vóór 15.10.2009 of erkend in herstructurering/moeilijkheden vóór 15.10.2009, geldt een systeem met de procentuele bijdragen die variëren in functie van de leeftijd. Voor de non-profitsector zijn er verlaagde bijdragen van toepassing. Zie schema.

Voor de nieuwe brugpensioenen: d.i. voor de werklozen die hun opzegging/verbreking werden betekend na 15.1.2009 EN hun pseudo-brugpensioen is aangevangen na 31.3.2010 zijn de percentages hoger en worden ze bepaald op het moment dat het brugpensioen ingaat (ze wijzigen dus niet tijdens het brugpensioen). Dit houdt in dat hoe vroeger iemand met brugpensioen gaat, hoe zwaarder de bijdragen voor de werkgever zijn. Dit geldt echter niet voor de non-profitsector, waar er lagere percentages gelden en de percentages in de loop van het brugpensioen wijzigen. Voor de ondernemingen die erkend zijn als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden na 15 oktober 2009 of waar een collectief ontslag aangekondigd werd na 15 oktober 2009, zijn er verschillende percentages van toepassing naargelang de onderneming in herstructurering of in moeilijkheden is en naargelang de bijdragen betaald worden tijdens of na de periode van erkenning. Zie schema.

De bijzondere compenserende werkgeversbijdrage is enkel verschuldigd voor de oude brugpensioenen. Het toepassingsgebied is bovendien beperkt. Deze bijdrage is immers voorbehouden aan bruggepensioneerden van 56 jaar met 33 jaar loopbaan die 20 jaar nachtarbeid kunnen aantonen of die onder de bouwsector ressorteren en ongeschikt zijn om de beroepsactiviteit voort te zetten. Deze bijdrage die verschuldigd is tot en met de maand van de 58ste verjaardag, moet per kwartaal aangegeven en betaald worden door de werkgever, de onderneming die de betaling ten laste genomen heeft of het fonds. Ze wordt berekend op de aanvullende vergoeding met als percentages 50% (algemeen) of 33% indien de vervanger een volledig uitkeringsgerechtigde werkloze is die dit statuut al minstens 1 jaar heeft.

... dat sommige werknemers die bruggepensioneerd worden op basis van de nieuwe reglementering brugpensioen vanaf 2008 in de volgende situaties niet moeten ingeschreven zijn als werkzoekenden, niet beschikbaar moeten zijn voor de arbeidsmarkt en een beroepsopleiding of een dienstbetrekking mogen weigeren:

Dit geldt voor de bruggepensioneerden vanaf 56 jaar met 33 jaar beroepsverleden waarvan 20 jaar nachtarbeid of medische ongeschiktheid in de bouw, brugpensioen op 55 - 56 - 57 jaar met 38 jaar beroepsverleden, brugpensioen vanaf 56 jaar mits 40 jaar beroepsverleden en brugpensioen vanaf 60 jaar mits 30 of 26 jaar beroepsverleden (dit zijn de algemene stelsels). Dit geldt eveneens indien men bruggepensioneerde is geworden in een onderneming erkend als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering en reeds 58 jaar is OF 38 jaar beroepsverleden bewijst, hetzij op het einde van de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding, hetzij op het einde van de opzegtermijn (zonder rekening te houden met de eventuele verlengingen van de opzeg).

Indien men niet behoort tot één van deze categoriën moet men zich inschrijven en ingeschreven blijven als werkzoekende bij de VDAB (of ACTIRIS, ADG, Forem), moet men beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en moet men elke passende dienstbetrekking of elke beroepsopleiding aanvaarden.

Er is pas een vrijstelling van deze verplichtingen vanaf de leeftijd van 58 jaar of wanneer het bewijs geleverd wordt van 312 werkloosheidsuitkeringen (dus na één jaar brugpensioen) en van 38 jaar beroepsverleden. Deze bruggepensioneerden kunnen dan een maxi-vrijstelling als oudere werkloze genieten. Hiertoe moeten zij een C89 indienen bij hun uitbetalingsinstellin
g.
... dat de bruggepensioneerde om werkloosheidsuitkeringen te kunnen genieten zijn/haar gewone verblijfplaats in België moet hebben en er werkelijk verblijven.

Men is maximum 30 kalenderdagen per kalenderjaar vrijgesteld van deze verplichting.
Indien minstens 60 jaar mag men langer dan 30 kalenderdagen per jaar in het buitenland verblijven. Om het recht op werkloosheidsuitkeringen te behouden moet men echter de hoofdverblijfplaats in België behouden. D.w.z. dat men het grootste deel van het jaar in België in zijn/haar gemeente moet verblijven. Is dat niet het geval, dan kan de gemeente de bruggepensioneerde schrappen uit het bevolkingsregister en moeten de werkloosheidsuitkeringen teruggevorderd worden.
Een goede raad: men neemt vóór het vertrek best contact op met de uitbetalingsinstelling en het ziekenfonds.

... dat de bruggepensioneerde verder werkloosheidsuitkeringen mag ontvangen, zelfs indien hij/zij ziek is of gehospitaliseerd.

Men moet er wel rekening mee houden dat als men kiest voor werkloosheidsuitkeringen (en de aanvullende vergoeding), men geen vergoeding mag vragen aan het ziekenfonds. Men kan immers niet tegelijkertijd werkloosheidsuitkeringen ontvangen en uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering.

... dat de bruggepensioneerde geen aanspraak kan maken op een rustpensioen vooraleer de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar.

Men geniet het brugpensioen tot op de laatste dag van de maand waarin men de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.

... dat de bruggepensioneerde vrijgesteld is van het gebruik van de controlekaart.


Er kan echter vrijwillig gekozen worden voor het gebruik van de controlekaart. De uitbetalingsinstelling moet hiervan ingelicht worden. Het gebruik van de controlekaart kan praktisch zijn bij toegelaten nevenactiviteit met verlies van uitkeringen alsook bij occasionele activiteiten.

… dat de vergoeding voor blijvende ongeschiktheid ingevolge een eerder arbeidsongeval volledig cumuleerbaar is.

… dat de bruggepensioneerde steeds elke wijziging van de gezinstoestand moet aangeven.


Dit kan zijn belang hebben voor de berekening van de inhouding van 3 en 3,5%.

… dat de bruggepensioneerde zijn aanvullende vergoeding verder blijft ontvangen wanneer hij een beroepsactiviteit hervat (voltijds of deeltijds loontrekkende of zelfstandige in hoofdberoep) voor een nieuwe werkgever.

De bruggepensioneerde moet de debiteur van de aanvullende vergoeding op de hoogte brengen van de werkhervatting.

… dat er geen recht is op uitkeringen tijdens gevangenzetting.


Dit geldt eveneens voor penitentiair verlof, uitgangspermissie, halve vrijheid en beperkte hechtenis. Er is wel recht op uitkeringen voor wie de straf wordt uitgevoerd via electronisch toezicht. Dit geldt eveneens voor voorwaardelijke vrijheid en voorlopige vrijlating.

dat de bruggepensioneerde geen recht heeft op een werkhervattingstoeslag bij een nieuwe tewerkstelling.

Uitzondering is wanneer het werk hervat wordt tijdens de verbrekingsvergoeding alvorens het statuut van bruggepensioneerde werd toegekend.

dat bij het volgen van studies met volledig leerplan er geen recht meer is op uitkeringen, behoudens de studies worden gevolgd in avondonderwijs (de lessen worden hoofdzakelijk gegeven na 17 uur en op zaterdag) of er door de RVA een vrijstelling artikel 93 werd verleend.
De bruggepensioneerde kan tevens een beroepsopleiding volgen en een vrijstelling in toepassing van artikel 91 genieten (eveneens aan te vragen via de uitbetalingsinstelling aan de RVA).
Daarnaast bestaat er de mogelijkheid om een middenstandsopleiding te volgen indien hetzij de opleiding wordt gevolgd buiten kantoortijd (de lessen worden voornamelijk na 17 uur en op zaterdag gegeven), hetzij een vrijstelling artikel 92 door de RVA wordt toegekend.
De bruggepensioneerde kan een andere opleiding volgen en, indien nodig, een vrijstelling genieten in toepassing van artikel 94 KB.
De voordelen genoten in het kader van deze opleidingen zijn cumuleerbaar met de werkloosheidsuitkeringen.

dat de bruggepensioneerde mag tewerkgesteld worden met dienstencheques.

… dat de bruggepensioneerde geen recht heeft op een werkkaart “activa”.

... dat de bruggepensioneerde in bepaalde gevallen “outplacement” moet aanvaarden en eraan meewerken.
Meer …

dat bij beëindiging van een arbeidsovereenkomst (na werkhervatting tijdens brugpensioen van een deeltijdse of voltijdse arbeid in loondienst) de reden van stopzetting van de activiteit (werkverlating, ontslag, einde overeenkomst van bepaalde duur,…) geen negatieve gevolgen heeft voor de bruggepensioneerden in het kader van de algemene stelsels  (60 jaar + 30 of 26 jaar; 58 jaar + 35 of 30 jaar; 55 jaar + 38 jaar; 56 jaar + 33 jaar; 56 jaar + 40 jaar) alsook voor de bruggepensioneerden in het kader van de in herstructurering en in moeilijkheden erkende ondernemingen die 58 jaar zijn of de bijzondere voorwaarde van 38 jaar beroepsverleden bewijzen op het einde van de opzegtermijn of van de periode van verbrekingsvergoeding. De andere bruggepensioneerden in het kader van de in herstructurering en in moeilijkheden erkende ondernemingen zijn echter wel onderworpen aan de bepalingen inzake vrijwillige werkloosheid.

… dat de bruggepensioneerde bij werkhervatting recht heeft op een uitkering seniorvakantie.
Meer over seniorvakantie …