... dat de bruggepensioneerde om werkloosheidsuitkeringen te kunnen genieten zijn/haar gewone verblijfplaats in België moet hebben
en er werkelijk verblijven.
Men is maximum 30 kalenderdagen per kalenderjaar vrijgesteld
van deze verplichting.
Indien minstens 60 jaar mag men langer dan 30 kalenderdagen per jaar in het buitenland verblijven. Om
het recht op werkloosheidsuitkeringen te behouden moet men echter de hoofdverblijfplaats in
België behouden. D.w.z. dat men het grootste deel van het jaar in België in zijn/haar gemeente
moet verblijven. Is dat niet het geval, dan kan de gemeente de bruggepensioneerde schrappen uit het
bevolkingsregister en moeten de werkloosheidsuitkeringen teruggevorderd worden.
Een goede raad: men neemt vóór het vertrek best contact op met de uitbetalingsinstelling en het ziekenfonds.
... dat de bruggepensioneerde verder werkloosheidsuitkeringen mag ontvangen, zelfs indien hij/zij ziek is of
gehospitaliseerd.
Men moet er wel rekening mee houden dat als men kiest voor werkloosheidsuitkeringen (en de aanvullende
vergoeding), men geen vergoeding mag vragen aan het ziekenfonds. Men kan immers niet
tegelijkertijd werkloosheidsuitkeringen ontvangen en uitkeringen van de ziekte- en
invaliditeitsverzekering.
... dat de bruggepensioneerde geen aanspraak kan maken op een rustpensioen vooraleer de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar.
Men geniet het brugpensioen tot op de laatste dag
van de maand waarin men de wettelijke pensioenleeftijd
bereikt.
... dat de bruggepensioneerde vrijgesteld
is van het gebruik van de controlekaart.
Er kan echter vrijwillig gekozen worden voor
het gebruik van de controlekaart. De uitbetalingsinstelling
moet hiervan ingelicht worden. Het gebruik van
de controlekaart kan praktisch zijn bij toegelaten
nevenactiviteit met verlies van uitkeringen alsook
bij occasionele activiteiten.
… dat de
vergoeding voor blijvende ongeschiktheid ingevolge
een eerder arbeidsongeval volledig cumuleerbaar
is.
… dat de bruggepensioneerde
steeds elke wijziging van de gezinstoestand moet
aangeven.
Dit kan zijn belang hebben voor de berekening
van de inhouding van 3 en 3,5%.
… dat
de bruggepensioneerde zijn aanvullende vergoeding
verder blijft ontvangen wanneer hij een beroepsactiviteit
hervat (voltijds of deeltijds loontrekkende of
zelfstandige in hoofdberoep) voor een nieuwe
werkgever.
De bruggepensioneerde moet de debiteur van de
aanvullende vergoeding op de hoogte brengen van
de werkhervatting.
… dat er geen recht
is op uitkeringen tijdens gevangenzetting.
Dit geldt eveneens voor penitentiair verlof,
uitgangspermissie, halve vrijheid en beperkte
hechtenis. Er is wel recht op uitkeringen voor
wie de straf wordt uitgevoerd via electronisch
toezicht. Dit geldt eveneens voor voorwaardelijke
vrijheid en voorlopige vrijlating.
… dat
de bruggepensioneerde geen recht heeft op een
werkhervattingstoeslag bij een nieuwe tewerkstelling.
Uitzondering
is wanneer het werk hervat wordt tijdens de verbrekingsvergoeding
alvorens het statuut van bruggepensioneerde werd
toegekend.
… dat
bij het volgen van studies met
volledig leerplan er geen recht meer is op uitkeringen,
behoudens de studies worden gevolgd in avondonderwijs
(de lessen worden hoofdzakelijk gegeven na 17
uur en op zaterdag) of er door de RVA een vrijstelling
artikel 93 werd verleend.
De bruggepensioneerde kan tevens een beroepsopleiding
volgen en een vrijstelling in toepassing van
artikel 91 genieten (eveneens aan te vragen via
de uitbetalingsinstelling aan de RVA).
Daarnaast bestaat er de mogelijkheid om een middenstandsopleiding
te volgen indien hetzij de opleiding wordt gevolgd
buiten kantoortijd (de lessen worden voornamelijk
na 17 uur en op zaterdag gegeven), hetzij een
vrijstelling artikel 92 door de RVA wordt toegekend.
De bruggepensioneerde kan een andere opleiding
volgen en, indien nodig, een vrijstelling genieten
in toepassing van artikel 94 KB.
De voordelen genoten in het kader van deze opleidingen
zijn cumuleerbaar met de werkloosheidsuitkeringen.
… dat
de bruggepensioneerde mag tewerkgesteld worden
met dienstencheques.
… dat
de bruggepensioneerde geen recht heeft op een
werkkaart “activa”.
... dat de bruggepensioneerde
in bepaalde gevallen “outplacement” moet
aanvaarden en eraan meewerken. Meer …
… dat
bij beëindiging
van een arbeidsovereenkomst (na
werkhervatting tijdens brugpensioen van een
deeltijdse of voltijdse arbeid in loondienst) de
reden van stopzetting van de activiteit (werkverlating,
ontslag, einde overeenkomst van bepaalde
duur,…) geen negatieve
gevolgen heeft voor de bruggepensioneerden
in het kader van de algemene stelsels (60
jaar + 30 of 26 jaar; 58 jaar + 35 of 30
jaar; 55 jaar + 38 jaar; 56
jaar + 33 jaar; 56 jaar + 40 jaar)
alsook voor de bruggepensioneerden in het
kader van de in herstructurering en in moeilijkheden
erkende ondernemingen die 58 jaar zijn of
de bijzondere voorwaarde van 38 jaar beroepsverleden
bewijzen op het einde van de opzegtermijn
of van de periode van verbrekingsvergoeding.
De andere bruggepensioneerden in het kader
van de in herstructurering en in moeilijkheden
erkende ondernemingen zijn echter wel onderworpen
aan de bepalingen inzake vrijwillige werkloosheid.
… dat
de bruggepensioneerde bij werkhervatting recht
heeft op een uitkering seniorvakantie. Meer
over seniorvakantie …